Vereniging van Transpersoonlijke Psychosociale therapeuten
Schriftelijk contact
Koekoeklaan 27
7905 HJ  Hoogeveen

E-mail: info@vtp.nu

Telefonisch contact
06 - 28 13 38 23

Telefonisch bereikbaar op dinsdag-
en donderdagavond.
SMS of e-mail altijd mogelijk,
waarna contact wordt opgenomen.

In zijn boek SPECTRUM OF CONSCIOUSNESS uit 1977 vestigde Ken Wilber zijn reputatie als een hoogst origineel denker. Hij stelt dat de menselijke ontwikkeling verloopt langs bepaalde stadia, die verder gaan, dan stadia die gewoonlijk door Westerse psychologen worden erkend. Wilber koppelt de zes fasen (of niveaus) van de Westerse psychologie aan een model van drie niveaus van de spirituele ontwikkeling uit de Boeddhistische psychologie. De kerngedachte van Wilber is dat alle stromingen in de psychologie heel waardevol zijn en alleen onderdeel uitmaken van zijn integrerend model van het menselijke ontwikkelingspotentieel. Niet alleen de traditionele Westerse psychologie, maar ook de minder bekende Oosterse, de alternatieve en ook de diverse mythische methodes helpen enorm veel mensen op de wereld. Echter, niet alle methodes zijn even werkzaam bij de diverse psychische problemen.

Het spectrum uit de titel gebruikt Wilber als een visueel hulpmiddel, waar hij de verschillende banden uit de regenboog mee bedoeld. Elke band staat voor één deel van het gehele bewustzijnsniveau van de individuele mens. Wilber gaat er namelijk van uit, dat de mens op een bepaald niveau zit en kan stijgen of dalen naar een ander niveau, door een verandering in diens bewustzijn. Bijvoorbeeld op het niveau, dat Wilber shadow noemt, kan de psychoanalyse uit de school van Freud met goede resultaten toegepast worden, omdat de mens op dat niveau vooral onbewust bezig is en op een basaal emotionele manier.

De verschillende niveau’s (uit de Westerse psychologie) die Wilber noemt zijn:

Wilber koppelt de bovenstaande niveaus aan een niveau bij boeddhistische psychologie en splitst ze daarna in een pre-persoonlijk, een persoonlijk en een transpersoonlijk niveau. De overgang van de ene fase naar de andere verloopt via een scharnierpunt. Op elk scharnierpunt komen nieuwe ontplooiingsmogelijkheden binnen het bereik van jezelf, maar kunnen ook verschillende pathologieën worden ontwikkeld. De eerste fase, het pre-persoonlijke niveau, begint bij de geboorte van het kind en loopt via verschillende scharnierpunten, die allen te maken hebben met emoties, naar de tweede fase waarbij ook het denken wordt geïntegreerd met zijn emoties. Het niveau van het transpersoonlijke kan worden behaald, indien men het scharnierpunt behaalt, nadat men bezig is geweest met de kernvraag “waartoe ben ik hier eigenlijk, wat is de zin van mijn leven?”. Bij het transpersoonlijke niveau is het dan noodzakelijk het denken en voelen (intuïtie) te integreren en een volledige eenheid met de natuur te ervaren, die de lichaamsgrenzen overstijgt.

Om het allerhoogste bewustzijn te halen, is het volgens Wilbers theorie nodig om je lichaam, je geest en het gehele universum bewust met elkaar te kunnen verbinden.

Wilber bespreekt enorm veel ideeën en theorieën van wetenschappers in het algemeen en psychologen in het bijzonder. Hij laat zien waar ze allen, volgens hem, in zijn alles omvattende theorie een plaats hebben en doet hierna hetzelfde voor de belangrijkste verschillende wereldgodsdiensten. Wilber laat zien dat in de exacte wetenschap het tegenwoordig nodig is het meetbare los te laten om bepaalde resultaten te kunnen verkrijgen. Het uncertainty-principle van Heisenberg stelt, dat er een punt komt bij onderzoek naar meetbaarheid dat het meetinstrument, dat men daarvoor gebruikt, de uitslag van de test beïnvloedt. Sommige zaken zijn dus onmeetbaar en moeten worden geloofd. Zo is er een duidelijke link met de wereldgodsdiensten, die zich allemaal bezig houden met het vergroten van het bewustzijnsniveau om uiteindelijk bij die van de spirit (ook wel mind niveau genoemd) te komen. Hierbij smelt de individuele mens dan samen met de universele geest en dit wordt bij de wereldreligies één worden met God genoemd. Om dit te bereiken is het nodig om alle dualismes (lichaam versus geest, enz.) in de verschillende niveau’s los te laten of te verenigen in zichzelf.

Dit maakt de betekenis van de transpersoonlijke psychotherapie heel duidelijk. Het groeien van jezelf naar een levensbewust mens zijnde, is voor iedereen mogelijk, onafhankelijk van je beginpunt. De verschillende stromingen (in bijvoorbeeld de psychologie) en manieren om te komen bij het beginpunt voor een transpersoonlijke therapie, zijn heel divers en verschillen door de behoeftes van de individuele mens.

Ken Wilber is met dit boek erin geslaagd zijn doel te bereiken om de westerse psychotherapieën te verbinden met de grote wijsheid tradities en de belangrijkste filosofieën. Zijn basisidee dat lichaam en geest in één spectrum bij elkaar horen is nu over de gehele wereld geaccepteerd. In zijn latere boeken, onder andere The Atman Project (1980) and Up from Eden (1981), blijft hij schaven en verbeteren aan zijn opmerkelijke theorie.